Onder de subsidiabele kosten worden in elk geval begrepen de geraamde en door of namens burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van:
aanneemsom;
de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen;
het honorarium van de architect en de constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is;
de kosten van dagelijks toezicht en de bestedingskosten;
de leges van de bouw- en/of monumentenvergunning, die indien van toepassing evenredig worden verdeeld tussen de subsidiabele en niet-subsidiabele kosten;
de verschuldigde omzetbelasting, mits deze niet verrekenbaar is;
de kosten van een bouwhistorische opname, gericht op de restauratie;
een reservering voor noodzakelijk meerwerk dat ten tijde van de raming van de hierboven genoemde kosten redelijkerwijs niet voorzienbaar was, tot maximaal 5% van de aanneemsom.