**1..** De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
eerste vervalt drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet en
de volgende termijn drie maanden later.
**2..** In afwijking van het eerste lid geldt, dat indien het totaalbedrag van
de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet
maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan minder is dan € 1.600,00 en
zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso
van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden
afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke
termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog
maanden in het kalender jaar overblijven, met dien verstande, dat het
aantal termijnen tenminste vijf en ten hoogste elf bedraagt. De eerste
termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
van de volgende termijnen telkens een maand later.
Artikel 7.
Termijnen van betaling.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2016