Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 14a.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Reusel-De Mierden 2015

1.. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die geagendeerd zijn (m.u.v. de lijst van ingekomen stukken) en die niet bij een commissievergadering geagendeerd zijn geweest. 2.. Het woord kan niet worden gevoerd over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen. 3.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk drie uur vóór aanvang van de vergadering aan de griffier. De voorzitter heeft de mogelijkheid om hiervan af te wijken. De inspreker vermeldt zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden. 4.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 6.. De voorzitter of een raadslid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Rechtspraak bij dit artikel