Naar hoofdinhoud

Artikel 8

inwerkingtreding

Onderdeel van Beleidsregel Resthout met beleid verbranden

deze beleidsregel treedt in werking op 1 november 2012 De beleidsregel is op 4 september 2012 gewijzigd. Voorschriften Aan de ontheffingen in het kader van de Wet milieubeheer en de Algemene Plaatselijke Verordening zijn voorschriften verbonden. Melden verbranden 1.degene aan wie een ontheffing is verleend dient minimaal 24 uur voor aanvang van het stoken dit te melden bij de loket Ruimte van gemeente Zevenaar (0316 – 595 550). Bij ziekhout minimaal 4 uur. 2.degene aan wie een ontheffing is verleend dient maximaal 1 uur voor aanvang van het stoken dit te melden bij de Regionale alarmcentrale (026 – 355 55 55) Locatie 3.de stookplaats dient zodanig te worden gekozen dat de afstand van de rand van de stookplaats tot de volgende objecten tenminste bedraagt: 3.1. bij hoeveelheden tot en met 20 m3 (zowel bij snoei- als gerooid hout): 10 meter tot een oppervlaktewater 25 meter in een andere richting dan de windrichting tot een eigen gebouw of opstal 50 meter in een andere richting dan de windrichting tot een gebouw of opstal van derden, een houtwal, een opstapeling van oogstproducten, een opslag van brandbare stoffen, eenopenbare weg, houtopstand of een bos of bosschage 200 meter in de windrichting tot een gebouw, opstal of ander bouwwerk 100 meter in de windrichting tot een houtwal, een opstapeling van oogstproducten, een opslag van brandbare stoffen, een openbare weg of een bos of bosschage 3.2. bij hoeveelheden groter dan 20 m3 (zowel bij snoei- als gerooid hout): 10 meter tot een oppervlaktewater 50 meter in een andere richting dan de windrichting tot een gebouw of opstal, een houtwal,een opstapeling van oogstproducten, een opslag van brandbare stoffen, een openbare weg,houtopstand of een bos of bosschage 200 meter in de windrichting tot een gebouw, opstal of ander bouwwerk 100 meter in de windrichting tot een houtwal, een opstapeling van oogstproducten, een opslag van brandbare stoffen, een openbare weg of een bos of bosschage Voorwaarden 4.het stoken mag geen overlast (rook, roet, stof, walm of geur en dergelijke) of gevaar voor de omgeving opleveren 5.de maximale toegestane hoeveelheid is 30 m³ bij een ontheffing van snoeihout 6.stamhout met een doorsnede van meer dan 25 cm mag niet worden verbrand 7.de brandstapel is maximaal 75 m³ voor gerooid hout 8.het verbranden is niet toegestaan: in de periode van 1 april tot 1 november (dit is niet van toepassing voor ziek hout) tussen zonsondergang en zonsopgang op een zon- of feestdag tijdens waarschuwingsfase voor verhoogde concentraties luchtverontreiniging bij mist of neerslag bij een windkracht kleiner dan één of groter dan vijf Beaufort bij “code Droog” (afgegeven door de Regionale alarm centrale) Stoken 9.bij het aansteken van het vuur mag geen gebruik gemaakt worden van aanmaakstoffen zoalsafgewerkte olie, benzine, petroleum, autobanden en dergelijke. Wel toegestaan zijn schoononbehandeld hout en papier. Het aansteken met een gasbrander is een bruikbaar alternatief 10.het vuur mag niet met bladeren, houtwol, hooi, stro, of een dergelijke gemakkelijk opstijgende brandstof worden onderhouden 11.er mag geen gerooid hout afkomstig van andere percelen worden toegevoegd 12.tijdens het stoken dient een toezichthouder aanwezig te zijn van 18 jaar of ouder. Deze dient tijdens de verbranding voortdurend ter plaatse aanwezig te zijn en zorg te dragen voor een goed brandend vuur zodat geen vonken opstijgen en zo min mogelijk rookontwikkeling optreedt 13.de toezichthouder dient een afschrift van de stookontheffing met bijbehorende voorschriften bij zich te hebben 14.aan het vuur mag geen ander afval of ander materiaal dan waarvoor ontheffing is verleend wordentoegevoegd 15.alle aanwijzingen en bevelen die door of namens de commandant van de brandweer,opsporingsambtenaren van politie of toezichthouders van de gemeente worden gegeven, dienen stipten onmiddellijk te worden opgevolgd

Rechtspraak bij dit artikel