Het college draagt geen tegenprestatie op indien een persoon:
aantoonbaar vrijwilligerswerk verricht dat naar aard en omvang minimaal vergelijkbaar is met een tegenprestatie die op grond van deze verordening kan worden opgedragen;
mantelzorg verricht voor zover het verrichten van die mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is en naar omvang minimaal vergelijkbaar is met een tegenprestatie.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.4.
Mantelzorg en vrijwilligerswerk
Onderdeel van Verordening Participatie 2015