HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. appartement: het geheel van bij elkaar behorende vertrekken als afzonderlijke gemeubileerde woongelegenheid in een groter gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning, daaronder mede begrepen de huisvesting van seizoenpersoneel;
b. bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
c. gebruik als tweede woning: het beschikbaar hebben of houden van woonruimte ten behoeve van zichzelf of een ander, zonder dat men of die ander zijn hoofdverblijf in de desbetreffende woonruimte heeft;
d. huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren;
e. huisvestingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de wet;
f. inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen;
g. koopprijs: prijs die voor de enkele koop van de woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald;
h. mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
i. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
j. permanente bewoning: het permanent wonen en zijn hoofdverblijf hebben in de woning, bewoning als bedoeld in de Wet Basisregistratie Personen, hetgeen blijkt uit zowel een inschrijving in het bevolkingsregister als uit het daadwerkelijk gebruik van de woning;
k. recreatieve bewoning: de bewoning, die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie;
l. recreatiewoning: een gebouw of een complex van ruimten in een gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning;
m. wet: Huisvestingswet 2014;
n. woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
o. woningmarktregio: grondgebied van de gemeente Ameland;
p. woningzoekende: huishouden dat in het inschrijfsysteem als bedoeld in artikel 4 is ingeschreven;
HOOFDSTUK 2. De huisvestingsvergunning
Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
1. De volgende categorieën goedkope woonruimte mogen enkel voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend:
a. woonruimten in eigendom bij het gemeentelijk woningbedrijf of particuliere verhuurders met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, die binnen de gemeente Ameland zijn gelegen;
b. woonruimten met een koopprijs beneden de € 300.000,-.
1. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de Leegstandwet;
b. onzelfstandige woonruimten;
c. bedrijfswoningen bij kampeerboerderijen/groepsverblijven.
Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet en artikel 10 van de verordening, komen voor een huisvestigingsvergunning in aanmerking:
meerderjarige woningzoekenden met een maatschappelijke en/of economische binding aan het eiland Ameland.
Artikel 4. Inschrijfsysteem van woningzoekenden
1. Verhuurders zoals het gemeentelijk woningbedrijf of marktpartijen beroepsmatig werkzaam in de volkshuisvesting dragen in het kader van deze verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden van een uniform inschrijfsysteem van woningzoekenden.
2. Burgemeester en wethouders kunnen regels opstellen over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving.
3. De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving.
Artikel 5. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning
1. Een aanvraag om een huisvestingsvergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.
2. Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt:
a. naam, contactgegevens, leeftijd, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager;
b. omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken;
c. huishoudinkomen;
adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte;
beoogde datum van het betrekken van de woonruimte;
indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een specifieke voorziening;
3. De door burgemeester en wethouders te verlenen huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval:
a. een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft;
b. aan wie de vergunning is verleend;
c. het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt en
d. de voorwaarde dat de vergunninghouder de woonruimte enkel binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik kan nemen.
Artikel 6. Bekendmaking aanbod van woonruimte
1. Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte wordt in ieder geval bekendgemaakt door publicatie op een kosteloos toegankelijke gemeenschappelijk digitaal platform en/of een huis-aan-huisblad.
2. De bekendmaking bevat in ieder geval:
a. het adres en de huurprijs van de woonruimte;
b. de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in gebruik genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend, en
c. indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels voor het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning.
Artikel 7. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard
1. Woonruimte kan door het woningbedrijf c.q. woningcorporatie aangemerkt worden als:
- woonruimte met specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijk).
2. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning die is aangemerkt als:
- woonruimte met specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijk) kan voorrang worden gegeven aan huishoudens met een desbetreffende indicatie.
Artikel 8. Voorrang bij economische en/of maatschappelijke binding
Van de in artikel 2 aangewezen categorie woonruimte geldt dat bij de verdeling van vergunningplichtige woonruimte de gemeente voorrang geeft aan woningzoekenden met economische en/of maatschappelijke binding aan het eiland Ameland.
Artikel 9. Rangorde woningzoekenden
Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning wordt de rangorde als volgt bepaald:
1. aan de woningzoekende, waarvan de datum van inschrijving voor een woning van eerdere datum is, zal voorrang worden verleend om voor een woonruimte in aanmerking te komen;
2. bij woningen met specifieke voorzieningen kan worden afgeweken van bij 1 genoemde volgorde.
Artikel 10. Vruchteloze aanbieding
1. In overeenstemming met artikel 17 van de wet wordt in afwijking van het in artikel 12 bepaalde de huisvestingsvergunning verleend als de woonruimte door de eigenaar overeenkomstig de in het tweede en derde lid weergegeven procedure gedurende maximaal 13 weken vruchteloos is aangeboden aan de woningzoekenden die ingevolge artikel 8 voor die woonruimte in aanmerking komen.
2. De eigenaar moet de woonruimte in de in het vorige lid genoemde termijn ten minste tweemaal overeenkomstig artikel 6 hebben aangeboden.
3. De in het eerste lid genoemde termijn begint te lopen op de datum van de eerste publicatie overeenkomstig artikel 6.
4. Als de eigenaar aan burgemeester en wethouders aannemelijk kan maken dat hij de woonruimte op andere, gelijkwaardige wijze vruchteloos heeft aangeboden aan de in het eerste lid genoemde woningzoekende, wordt eveneens toepassing gegeven aan het in het eerste lid bepaalde.
HOOFDSTUK 3. Wijzigingen in de woonruimtevoorraad
§ 3.1 Vergunning voor onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming
Artikel 11. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
1. De volgende categorieën woonruimten mogen niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet:
a. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken;
b. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd;
c. van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte worden omgezet, en
d. worden verbouwd tot twee of meer woonruimten:
1. woonruimten in eigendom van woningcorporatie c.q. woningbedrijf of particuliere verhuurders met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en/of
2. koopprijs beneden € 300.000,−;
e. die gelegen zijn in de gemeente Ameland.
Artikel 12. Aanvraag vergunning
1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.
2. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt:
a. de naam en het adres van de eigenaar;
b. de gegevens over de bestaande situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten de huurprijs, het aantal kamers, het woonoppervlak, de woonlaag en de staat van onderhoud;
c. de gegevens over de beoogde situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten de huurprijs, het aantal kamers, de bouwtekening of bouwvergunning;
d. burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van aanvragen als bedoeld in het eerste lid, ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf, advies inwinnen bij de Kamer van Koophandel.
Artikel 13. Voorwaarden en voorschriften
Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kunnen de volgende voorwaarden en voorschriften verbonden worden:
a. en beperkte geldingsduur van de vergunning, indien de vergunning voorziet in een tijdelijke behoefte, en
b. in welke situatie de vergunning komt te vervallen.
Artikel 14. Weigeringsgronden
Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd als:
a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang;
b. het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning;
c. het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand.
§ 3.2 Vergunning voor splitsing
Artikel 15. Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen
1. De volgende categorieën gebouwen bevattende woonruimte mogen niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet gesplitst worden in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek als een of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte:
- gebouwen in eigendom van een woningcorporatie, een woningbedrijf of particuliere verhuurders en binnen de gemeente Ameland zijn gelegen.
Artikel 16. Aanvraag vergunning
1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.
2. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt:
a. een tekening als bedoeld in artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;
b. een door een beëdigd taxateur opgemaakt taxatierapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw, dat in ieder geval omvat een beschrijving en een beoordeling van de staat van onderhoud.
Artikel 17. Voorwaarden en voorschriften
Aan een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet kunnen de volgende voorwaarden en voorschriften verbonden worden:
- een beperkte geldingsduur van de vergunning, indien de vergunning voorziet in een tijdelijke behoefte.
Artikel 18. Weigeringsgronden
Een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet kan worden geweigerd als:
a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de splitsing gediende belang;
b. het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de splitsingsvergunning;
c. het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand.
HOOFDSTUK 4. Slotbepalingen
Artikel 19. Bestuurlijke boete
1. Overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 8, 21 of 22 van de wet, of het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet, kan worden beboet met een bestuurlijke boete.
2. De boete voor overtreding van:
a. het verbod, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet bedraagt:
a. voor de eerste overtreding en herhaalde overtreding binnen 12 maanden:
€ 2.500,-;
voor herhaalde overtreding na 12 maanden: € 5.000,-.
b. de verboden, bedoeld in de artikelen 8, tweede lid, 21 en 22 van de wet, of voor het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet, bedraagt:
1. voor de eerste overtreding en herhaalde overtreding binnen 12 maanden:
€ 5.000,- voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en € 10.500,- voor bedrijfsmatige exploitatie;
2. herhaalde overtreding na 12 maanden na 12 maanden € 7.500,- voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en € 15.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie.
Artikel 20. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
1. De Huisvestingsverordening 2005 van de gemeente Ameland wordt ingetrokken.
2. De vergunningen en ontheffingen die zijn verleend op grond van de oude regelgeving blijven van kracht als gedaan onder deze verordening.
3. Lopende bezwaren worden afgedaan volgens de oude regelgeving.
4. Bestaande inschrijvingen worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur.
Artikel 21. Hardheidsclausule
1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, in gevallen, waarin het toepassen van deze verordening tot een naar hun oordeel tot bijzondere hardheid leidt, af te wijken van deze verordening;
2. Het bepaalde in het eerste lid wordt toegepast binnen de doelstelling van deze verordening.
Artikel 22. Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze verordening treedt in werking op 3 december 2015 en vervalt op 2 december 2019.
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening gemeente Ameland.
Verwijzingen
- artikel 8
- Artikel 5
- artikel 10
- Artikel 21
- Artikel 15
- artikel 2
- artikel 13
- Artikel 20
- artikel 8
- artikel 8
- Artikel 3
- artikel 13
- artikel 106
- Artikel 10
- Artikel 8
- Artikel 13
- Artikel 2
- Artikel 7
- artikel 2
- Artikel 19
- Artikel 9
- Artikel 11
- Artikel 6
- Artikel 18
- artikel 4
- artikel 6
- Artikel 12
- Artikel 22
- Artikel 4
- Artikel 16
- artikel 6
- Artikel 17
- artikel 12
- artikel 109
- Artikel 14
- artikel 15