Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 8.

Wijze waarop de hoogte van het persoonsgebonden budget (pgb) wordt vastgesteld

Onderdeel van Nadere regels verordening jeugd Soest 2015

Het tarief voor een pgb: a. is gebaseerd op een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld plan over hoe zij het pgb gaan besteden; b. is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen, en c. bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura. Bij de berekening van de hoogte van een pgb hanteert het college de volgende uitgangspunten: a. bemiddelingskosten, administratiekosten, een eenmalige uitkering en een feestdagenuitkering mogen niet uit een pgb worden betaald b. reiskosten mogen uit een pgb worden betaald c. budgethouders mogen een vast maandloon afspreken met hun zorgverlener d. er wordt geen vrij besteedbaar bedrag binnen het pgb gehanteerd Het pgb voor dienstverlening door: a. professionals in dienst van een instelling wordt per uur of per resultaat bepaald op basis van het door het college vastgestelde tarief voor het betreffende onderdeel. professionals niet in dienst van een instelling wordt per uur of per resultaat bepaald op basis van 75% van het door het college vastgestelde tarief voor het betreffende onderdeel. niet-professionals wordt bepaald op basis van 50% het door het college vastgestelde tarief voor het betreffende onderdeel. Het college stelt het tarief voor de onderdelen genoemd in lid 3 vast. Deze tarieven zijn opgenomen in bijlage 1: Financieel besluit. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp, naast de in het derde lid sub c genoemde voorwaarde voor het tarief, betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk onder de voorwaarden dat: deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende niet tot overbelasting leidt, en tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit dit pgb worden betaald. 4

Rechtspraak bij dit artikel