Vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment dient in 2 onafhankelijke richtingen (rookvrije vluchtroutes) naar de openbare weg te kunnen worden gevlucht. Hierop gelden de volgende uitzonderingen:
Vanuit twee uitgangen van een subbrandcompartiment dient via onafhankelijke rookvrije vluchtroutes naar de openbare weg te kunnen worden gevlucht.
De enige rookvrije vluchtroute (doodlopend eind) mag niet langs een ander subbrandcompartiment voeren. Subbrandcompartimenten mogen niet rechtstreeks op een vluchttrappenhuis uitkomen.
Op de enige rookvrije vluchtroute (doodlopend eind) mogen slechts twee subbrandcompartimenten uitkomen, waarvan de uitgangen recht tegenover elkaar liggen. De rookvrije vluchtroute mag niet langs beweegbare ramen of luiken voeren. Subbrandcompartimenten mogen niet rechtstreeks op een vluchttrappenhuis uitkomen.
De totale gebruikoppervlak van de woonfuncties die zijn aangewezen op dat trappenhuis niet groter dan 800 m2, geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan 12,5 meter boven het meetniveau en geen van de woonfuncties een gebruikoppervlak heeft van meer dan 150 m2.
Op het trappenhuis niet meer dan zes woonfuncties zijn aangewezen waarvan geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 6 meter boven het meetniveau of,
Het trappenhuis een veiligheidstrappenhuis is.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3
Rookvrije vluchtroutes subbrandcompartiment
Onderdeel van Gemeentelijk beleidsniveau brandveiligheidseisen bestaand bouw Midden-Delfland