**1..** Het college kan na de totstandkoming van een definitieve schuldregeling in het kader van een minnelijke schuldregeling of in andere gevallen, afzien van verdere betaling of invordering van één geldschuld of meerdere geldschulden indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
redelijkerwijs te voorzien is dat belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;
bij aanwezigheid van meerdere schuldeisers is redelijkerwijs te voorzien dat een schuldregeling voor geldschulden zonder een besluit over kwijtschelding niet tot stand komt; en;
de geldschuld naar evenredigheid zal worden voldaan met de geldschulden van de overige schuldeisers van gelijke rang.
**2..** Onverminderd het bepaalde in het derde lid, bestaat de bevoegdheid op grond van het eerste lid niet voor de hierna genoemde geldschulden:
geldschulden die zijn ontstaan door het verwijtbaar niet nakomen van de wettelijke inlichtingenverplichting; en/of
geldschulden die het gevolg zijn van een eerder verstrekte geldlening; en/of
geldschulden die gedekt zijn door een zakelijk recht als pand of hypotheek; en/of
geldschulden die zijn ontstaan vanwege enigerlei verwijtbaar gedrag van een schuldenaar.
**3..** Het college blijft bevoegd om met betrekking tot geldschulden bedoeld in het tweede lid onderdeel a, b en d, af te zien van verdere betaling of invordering.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 4.
Geldschulden
Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering Participatiewet 2015