Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, wordt een verlaging toegepast.
De verlaging wordt vastgesteld op:
a. 20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand of vermindering van de bijstand;
b. 40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot de arbeidsinschakeling of beëindiging van de bijstand.
Hoofdstuk 4.
Artikel 16.
Niet nakomen van overige verplichtingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Rhenen 2015