De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is verschuldigd bij het
begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
belastingplicht.
Indien de belastingplicht met betrekking tot een belastingobject in de loop
van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste
lid, verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten als er na de aanvang van de
belastingplicht in dat jaar nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht met betrekking tot het belastingobject in de loop
van het belastingjaar eindigt, bestaat voor de belasting als bedoeld in artikel
3, eerste lid, aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het
voor het jaar verschuldigde recht als er na het einde van de belastingplicht in
dat jaar nog volle kalendermaanden overblijven.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige
binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander belastingobject waarvoor hij
belastingplichtig wordt op grond van deze verordening, in gebruik neemt.
Artikel 8.
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de rioolheffing 2016