Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 6.

Vrijlating inkomsten uit arbeid alleenstaande ouder

Onderdeel van Richtlijn Premies en Vrijlatingen 2015

1.. Aan de uitkeringsgerechtigde van 27 tot de pensioengerechtigde leeftijd, die een alleenstaande ouder is en die inkomsten uit arbeid en een aanvullende uitkering heeft, wordt een vrijlating van inkomsten verleend. 2.. De uitkeringsgerechtigde als bedoeld in het eerste lid moet de volledige zorg hebben voor een tot zijn last komend kind tot 12 jaar. 3.. Voordat gebruik gemaakt kan worden van deze vrijlating moet eerst de periode als bedoeld in artikel 5, tweede lid zijn verstrekken. 4.. De vrijlating wordt maximaal over 30 aangesloten maanden verleend en moet bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 5.. Naar ons oordeel draagt parttime arbeid bij aan de arbeidsinschakeling, tenzij de parttime baan een belemmering vormt voor het aanvaarden van een fulltime baan of de re-integratie van de uitkeringsgerechtigde. 6.. Deze vrijlating vindt zijn grondslag in artikel 31, tweede lid, onder r PW, artikel 8, vijfde lid IOAW en artikel 8, negende lid IOAZ.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel