**1..** Aan de uitkeringsgerechtigde van 27 tot de pensioengerechtigde leeftijd, wordt op basis van de in het vierde lid van dit artikel genoemde wetgeving:
een algemene vrijlating verleend van een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk, ter hoogte van de in dat artikel genoemde (lage) vrijlatingsgrens;
een vrijlating verleend van een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk, in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, ter hoogte van de in dat artikel genoemde (hoge) vrijlatingsgrens.
**2..** De in het eerste lid onder b bedoelde vrijlating is van toepassing als het vrijwilligerswerk naar ons oordeel in het kader van een voorziening bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.
**3..** De vrijlating wordt verleend voor maximaal twee jaar.
**4..** Deze vrijlating vindt zijn grondslag in artikel 31, tweede lid, onder k PW, artikel 7, onder h van de ministeriële Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ, artikel 8, derde lid IOAW, artikel 8, vierde lid IOAZ en artikel 2:8, eerste lid, onder c van het Algemeen inkomensbesluit sociale zekerheidswetten.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 8.
Vrijlating kostenvergoeding vrijwilligerswerk
Onderdeel van Richtlijn Premies en Vrijlatingen 2015