**1..** In dit besluit wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe;
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
Bbz 2004: Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004;
inlichtingenverplichting: de verplichting genoemd in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet, artikel 13, eerste lid, van de IOAW, artikel 13, eerste lid, van de IOAZ en artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
onverwijld: binnen 7 dagen nadat het feit of de omstandigheid zich heeft voorgedaan, dan wel het kenbaar werd of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn voor belanghebbende;
boete: de bestuurlijke boete bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Participatiewet, artikel 20a, eerste lid, van de IOAW, artikel 20a, eerste lid, van de IOAZ;
waarschuwing: de waarschuwing, genoemd in artikel 18a, vierde lid, van de Participatiewet, artikel 20a, vierde lid, van de IOAW, artikel 20a, vierde lid, van de IOAZ
uitkering: de door het college verleende bijstand in het kader van de Participatiewet, en de uitkering in het kader van de IOAW en IOAZ;
beslagvrije voet: beslagvrije voet zoals bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;
recidiveboete: de bestuurlijke boete bij recidive binnen vijf jaar, zoals bedoeld in artikel 18a van de Participatiewet.
**2..** Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, Bbz 2004, IOAW, IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet, Bbz 2004, IOAW en IOAZ