**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a moet overeenkomstig de
aangifte worden betaald bij aanvang van het parkeren.
**2..** In afwijking van het bepaalde in artikel 6, lid 1 moet de belasting
overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde
van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking
stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via de telefoon,
app, webapplicatie, (stads)pas en vergelijkbare producten inloggen op de
centrale computer.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b moet overeenkomstig de
aangifte worden betaald voorafgaand aan de verstrekking van de
vergunning.
**4..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 7
Termijnen van betalen
Onderdeel van Verordening op de heffing en inverordering van parkeerbelastingen 2016