Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag terzake
van de belasting bedoeld in artikel 2, lid 1, kan aan het
voertuig een wielklem worden aangebracht met het oogmerk te
verhinderen dat het voertuig wordt weggereden.
Het college kan bij openbaar te maken besluit in alle gevallen
de terreinen en weggedeelten aanwijzen waar de wielklem mag
worden toegepast.
Indien na het aanbrengen van de wielklem vierentwintig uren zijn
verstreken zonder dat betaling heeft plaatsgevonden van de
kosten van de naheffingsaanslag alsmede van het aanbrengen en
verwijderen van de wielklem, kan het voertuig naar een, door de
met de heffing van parkeerbelastingen belaste, in artikel 231,
tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar, aangewezen plaats worden overgebracht en in
bewaring worden gesteld.
Afdeling II
Artikel 9
Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling
Onderdeel van VERORDENING op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen