Naast het al bepaalde inzake terughoudendheid, onderzoek en toetsing kan het college een aanvraag voor lening of garantie geheel of gedeeltelijk weigeren indien:
de aanvrager ook zonder lening of garantie over voldoende gelden kan beschikken om de investering te financieren, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden;
de aanvrager niet kan aantonen dat hij geen lening op de markt kan verkrijgen tegen aanvaardbare voorwaarden;
er, conform ook de toets van artikel 21 lid 2, gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet in staat is de verschuldigde rente en aflossing gedurende de gehele looptijd van de lening of garantie te dragen;
de aanvrager niet over de benodigde vergunningen beschikt om de investeringen te plegen waarvoor de lening of garantie wordt aangevraagd;
de aanvrager reeds met de investering is aangevangen alvorens het college op de aanvraag heeft besloten;
een geldgeverslening reeds is verstrekt door de geldgever vooruitlopend op een garantiebesluit van het college;
de aanvrager weigert zich te verplichten de door het college gevraagde zekerheden aan de gemeente te verstrekken;
gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet de capaciteiten heeft of de rechtsvorm van de aanvrager niet geschikt is om door middel van de beoogde investeringen waarvoor de lening of garantie is aangevraagd bij te dragen aan verwezenlijking van de beoogde publieke taak;
er sprake is van een geval als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteits-beoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob);
de aanvrager doelen nastreeft of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
conform ook de toets van artikel 21 lid 4, het verlenen van de lening of garantie onacceptabele risico’s voor de gemeentelijke begroting meebrengt of anderszins niet past in het gemeentelijk beleid.