Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2.1

Afwijken van de parkeereis in Zone Eerste schil Centrum

Onderdeel van BELEIDSREGELS PARKEREN BESTEMMINGSPLANNEN DEVENTER (versie 2015)

Afwijken van de parkeereis met gebruikmaking van de bestaande openbare parkeerruimte is in dit gebied bepaald geen vanzelfsprekendheid. Omdat de parkeerdruk in de schilwijken toeneemt ten gevolge van parkeerregulering (betaald parkeren ) in het centrumgebied (vluchtgedrag) ontstaat een toenemende roep om parkeerregulering in de eerste schil. Om op termijn te kunnen garanderen dat er voldoende mogelijkheden zijn om betaalbaar en evenwichtig gereguleerd parkeren in de eerste schil te kunnen invoeren is het zaak om in dit gebied extra zuinig met de openbare parkeercapaciteit om te gaan. Dit betekent, dat ingeval niet wordt voldaan aan de plicht de parkeerbehoefte op eigen terrein op te vangen in dit gebied primair moet worden gezocht naar mogelijkheden om in de omgeving van het bouwproject (zo mogelijk binnen de zogenaamde acceptabele loopafstanden) de openbare parkeercapaciteit uit te breiden oftewel fysiek nieuwe openbare parkeerplaatsen op maaiveldniveau aan te leggen (uiteraard mogen tegen de aanleg daarvan geen stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren bestaan en mogen ook anderszins belangen van omwonenden niet onevenredig worden geschaad). Mocht dat niet mogelijk zijn dan moet voldoende aannemelijk zijn dat er geen andere duurzame oplossing mogelijk is, zoals huur of aankoop van parkeergelegenheid op privaat parkeerterrein in de nabije omgeving (hierbij gelden de voorwaarden als beschreven bij beleidsregels 3.2.2 en 3.2.3 - duurzaamheid en vervallen recht op parkeervergunning - bij deze afwijkingen onverkort). Niet uitgesloten, sterker: het kan zelfs gewenst zijn, dat parkeerplaatsen op privaat terrein (privégrond) een openbaar toegankelijk karakter krijgen). Omdat het in de zone Eerste schil centrum niet aannemelijk is dat extra openbare parkeergelegenheid in de openbare ruimte kan en zal worden toegevoegd , ook niet binnen een periode van 5 jaar, en het –zoals vermeld- in dit gebied ongewenst is bestaande restcapaciteit in te zetten bestaat hier in beginsel niet de mogelijkheid de parkeerbijdrage- mogelijkheid in te zetten. Dit betekent dat ontwikkelingen met verkeersaantrekking in dit gebied relatief snel geweigerd zullen (moeten) worden. Om kleine ontwikkelingen in dit gebied niet te veel te frustreren geldt voor dit gebied hetzelfde bijzondere afwijkingsbeleid voor ondergeschikte bouwplannen zoals dat voor de binnenstad geldt, met dien verstande dat voor de schil wel een voorafgaande onderzoeksplicht geldt (opties 1 en 2) (bijzondere omstandigheid). Beleidsregel 4.2  Afwijken Parkeereis Zone Eerste schil Centrum. a. Ingeval in het gebied zone Eerste schil Centrum (zoals aangegeven op de gebiedsindelingskaart van de Nota Parkeernormen 2013) niet wordt voldaan aan de eis dat op eigen terrein in de volledige parkeerbehoefte wordt voorzien dienen achtereenvolgens de volgende opties te worden onderzocht alvorens een definitief besluit over afwijking genomen wordt: 1. Fysieke aanleg van parkeergelegenheid in directe omgeving op korte termijnTer voorkoming van onnodige directe hinder dient allereerst te worden onderzocht of in de nabije omgeving op acceptabele loopafstand de fysieke mogelijkheid aanwezig is extra openbaar blijvende parkeergelegenheid aan te leggen. Die parkeergelegenheid dient planologisch en verkeerskundig aanvaardbaar te zijn en mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de belangen van omwonenden. Indien die mogelijkheid aanwezig is wordt deze parkeergelegenheid door de gemeente op kosten vergunninghouder aangelegd. Indien die mogelijkheid niet aanwezig is dient optie 2 te worden onderzocht. 2. Private parkeerruimte De mogelijkheid dient te worden onderzocht of in de nabije omgeving op acceptabele loopafstand de fysieke mogelijkheid aanwezig is extra private  parkeergelegenheid (op particulier terrein) aan te leggen. Ook deze parkeergelegenheid dient planologisch en verkeerskundig aanvaardbaar te zijn en mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de belangen van omwonenden. De aanvrager moet bij de aanvraag van de omgevingsvergunning via een parkeereisovereenkomst aantonen hoe het benodigde aantal parkeerplaatsen beschikbaar komt.  De voorwaarden als beschreven bij beleidsregels 3.2.2 en 3.2.3 (duurzaamheid en – voor zover van toepassing - recht op parkeervergunning) gelden bij deze afwijkingen onverkort. Indien en voor zover dat privaat parkeerterrein (bestemd voor gebruikers, zoals werknemers en bewoners, en bezoekers) ook beschikbaar wordt gesteld voor andere gebruikers dan de doelgroep kan de parkeerbalansberekening worden toegepast (meervoudig gebruik). Indien ook deze mogelijkheid niet aanwezig is dient optie 3 te worden onderzocht. 3. Aanleg in directe omgeving door gemeente met parkeerbijdrage bij “concreet zicht op extra openbare parkeergelegenheid” Uitsluitend indien concreet zicht bestaat op de realisering van extra openbare parkeerruimte op acceptabele loopafstand van het project en binnen een periode van 5 jaar (te beginnen 6 weken na verzending van de vergunning) zal de mogelijkheid worden geboden met gebruikmaking van een parkeerbijdrage medewerking te verlenen.[11] Indien de gemeente dergelijk zicht op extra openbare parkeergelegenheid in de omgeving binnen 5 jaar niet aannemelijk kan maken, is optie 5 (weigeren) van toepassing tenzij sprake is van een van ondergeschikt plan als bedoeld in beleidsregel 4.4.1. of anderszins sprake van een bijzondere omstandigheid. 4.Afwijken wegens bijzondere omstandigheid Beleidsregel 6.1 vindt hier toepassing nadat voldoende vaststaat dat de opties 1, 2 en 3 geen oplossing bieden. Van de mogelijkheid om zonder enige parkeerverplichting medewerking te verlenen dient voor het overige een spaarzaam gebruik te worden gemaakt. Zie elders in deze beleidsregel. 5.Weigeren Indienen geen van de mogelijkheden hiervoor zich voordoet zal de vergunning in beginsel geweigerd worden. b. Beleidsregel 2.6. is eveneens van toepassing op de Zone Schil Centrum. [11] De bijdrage zal op schriftelijk verzoek van vergunninghouder worden gerestitueerd indien binnen de gestelde periode geen begin met de werkzaamheden is gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel