Naar hoofdinhoud
1.. De urgentiecommissie, zoals bedoeld in artikel 2.1. van deze verordening, trekt een urgentieverklaring in, indien: aan de vereisten voor het verkrijgen van een urgentie niet meer wordt voldaan; de urgentie is verstrekt op grond van gegevens waarvan de houder van de urgentie wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; de houder van de urgentie daarom verzoekt. 2.. De urgentieverklaring vervalt automatisch indien: de houder van de urgentie na de afgifte van de urgentie zelfstandige woonruimte voor onbepaalde tijd in gebruik heeft genomen; de houder van de urgentie niet heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 2.2. lid 7 van deze verordening. 3.. De urgentieverklaring vervalt indien: de termijn waarvoor zij is verstrekt is verstreken; binnen de eerste 4 maanden, zoals bedoeld in artikel 2.2, lid 7 van deze verordening, door de woningzoekende met urgentie een passende woningaanbieding wordt geweigerd; het woningaanbod, zoals bedoeld in artikel 2.2. lid 9 van deze verordening, wordt geweigerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel