Op aanvraag stelt het college de wethouder ten laste van de
gemeente voor de uitoefening van het wethouderschap apparatuur
en software in bruikleen ter beschikking.
Het ter beschikking stellen van apparatuur wordt door de
gemeente aangemerkt als noodzakelijk, waardoor er geen
bijtelling wordt toegepast.
De wethouder ondertekent voor de bruikleen een
bruikleenovereenkomst met de gemeente.
Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
vast.
Indien geen apparatuur en software ter beschikking is gesteld,
verleent de gemeente een wethouder op
aanvraag voor de uitoefening van het wethouderschap voor een
periode van maximaal drie jaar een
tegemoetkoming van jaarlijks 30% van de aanschafwaarde
voor;
Aanschaf van apparatuur en bijbehorende software of
Gebruik van de eigen apparatuur en bijbehorende software
Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de
apparatuur en software welke het college aan wethouders in bruikleen ter
beschikking stelt.
Hoofdstuk III
Artikel 14
Apparatuur en software
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden gemeente Twenterand 2015