Op aanvraag wordt het raadslid ten laste van de gemeente voor de
uitoefening van het raadslidmaatschap apparatuur en software in
bruikleen ter beschikking gesteld.
Het ter beschikking stellen van apparatuur wordt door de
gemeente aangemerkt als noodzakelijk, waardoor er geen
bijtelling wordt toegepast.
Het raadslid ondertekent voor bruikleen een
bruikleenovereenkomst met de gemeente.
Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
Indien geen apparatuur en software ter beschikking is gesteld,
verleent de gemeente een raadslid op aanvraag voor de
uitoefening van het raadslidmaatschap voor een periode van
maximaal drie jaar een tegemoetkoming van jaarlijks 30% van de
aanschafwaarde voor;
Aanschaf van apparatuur en bijbehorende software of
Gebruik van de eigen apparatuur en bijbehorende software
Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de
apparatuur en software welke het college aan raadsleden in bruikleen ter
beschikking stelt.
Hoofdstuk II
Artikel 7
Apparatuur en software
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden gemeente Twenterand 2015