**1..** Wanneer de raadsvoorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.
**2..** Nadat de beraadslaging is gesloten, wordt tot stemming overgegaan, tenzij vooraf is bepaald dat over het voorstel in deze vergadering nog geen stemming plaats zal hebben.
**3..** De raad kan besluiten af te wijken van het vorige lid, en toch over te gaan tot stemming, mits dat de instemming heeft van alle fracties.
**4..** Indien tot stemming wordt overgegaan, vindt na stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, tenzij geen stemming wordt gevraagd.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 25