Bij de Raadstafel kunnen toehoorders het woord voeren. Daarbij gelden de volgende bepalingen:
De tafelvoorzitter vraagt bij aanvang van elk agendapunt wie van de toehoorders gebruik willen maken van het spreekrecht.
De spreektijd van een toehoorder bedraagt maximaal 5 minuten, tenzij in het bespreekvoorstel anders is aangegeven. De tafelvoorzitter kan hiervan in bijzondere gevallen afwijken.
De tafelvoorzitter geeft de toehoorders die zich daarvoor hebben opgegeven het eerst het woord.
De tafeldeelnemers kunnen vragen stellen die door de betrokken toehoorders worden beantwoord.
Daarna wordt de behandeling conform bespreekvoorstel voortgezet.
Het presidium kan bepalen dat er bij een Raadstafel geen spreekrecht is en legt dit vast in het bespreekvoorstel.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 4
Artikel 37