Naar hoofdinhoud
Het college ziet af van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. Dringende redenen kunnen slechts gelegen zijn in onaanvaardbare sociale en/of financiële consequenties van een terugvordering voor de belanghebbende.Het moet dan gaan om incidentele gevallen , waarin iets bijzondere en uitzonderlijks aan de hand is en waarin een individuele afweging van alle relevante omstandigheden plaatsvindt. Lichamelijke klachten en psychische klachten die al enige tijd bestaan en dus niet in het bijzonder het gevolg zijn van het boete besluit vormen op zichzelf geen dringende redenen. Dat de belanghebbende in een schuldsaneringstraject wordt opgenomen vormt op zich geen dringende reden.

Rechtspraak bij dit artikel