1. Op verzoek van de belanghebbende gaat het college over tot
kwijtschelding van het restant van de vordering indien de
belanghebbende :
voorafgaand aan het verzoek minimaal 36 maanden op de
betreffende vordering tijdig en volledig conform de
overeengekomen aflossings- verplichtingen heeft afgelost
; én
de vordering niet is voorgekomen uit schending van de
inlichtingenplicht;
Het college stemt niet in met het verzoek tot kwijtschelding als
bedoeld in lid 1 van dit artikel indien belanghebbende in de
periode van 3 jaar voorafgaande aan het verzoek tot
kwijtschelding , herhaaldelijk , in ieder geval meer dan 1 keer
verwijtbaar, niet, niet tijdig of niet volledig heeft voldaan
aan zijn aflossingsverplichtingen.
In afwijking van het gestelde in lid 1 van dit artikel gaat het
college op het verzoek van belanghebbende over tot
kwijtschelding van het restant van de vordering welke is voort-
gekomen uit schending van de inlichtingenplicht en welke is
ontstaan vóór 1 januari 2013 indien de belanghebbende :
voorafgaand aan het verzoek minimaal 60 maanden op de
betreffende vordering heeft afgelost conform de
overeengekomen aflossingsverplichtingen ;
voorafgaand aan het verzoek niet minimaal 60 maanden aan
de overeengekomen aflossingsverplichting heeft voldaan
maar het achterstallige bedrag over deze periode van 60
maanden , vermeerderd met de daarover verschuldigde
wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten , alsnog heeft betaald.
voorafgaand aan het verzoek gedurende 60 maanden geen
betalingen heeft verricht en het niet aannemelijk is dat
belanghebbende deze op enig moment zal gaan; of
Een bedrag overeenkomend met tenminste 50% van de rest
som in één keer aflost.
Het college stemt niet in met het verzoek tot kwijtschelding als
bedoeld in lid 3 van dit artikel indien belanghebbende in de
periode van 5 jaar voorafgaande aan het verzoek tot
kwijtschelding , herhaaldelijk , in ieder geval meer dan 1 keer
verwijtbaar, niet, niet tijdig of niet volledig aan zijn
inlichtingenplicht dan wel aan zijn aflossingsverplichtingen
heeft voldaan.
Kwijtschelding van een vordering die gebaseerd is op een
terugvorderingsbesluit ingevolgde artikel 58 lid 2 sub f onder 1
en 2 van de Wet , artikel 25 lid 2 Ioaw of Ioaz of artikel 45
Bbz is niet mogelijk.
Kwijtschelding van een vordering welke wordt gedekt door pand of
hypotheek op een zaak of zaken , behoudens voor zover de
vordering niet op die zaken verhaald kunnen worden , is niet
mogelijk.
Artikel 8
Kwijtschelding of buiteninvordering anders dan bij schuldregeling
Onderdeel van Besluit Terugvordering , boete en verhaal Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz gemeente Smallingerland 2015