De in artikel 3 bedoelde belasting wordt niet geheven ter zake van:
1.
gebouwde onroerende zaken, welke in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor openbare bijeenkomsten van genootschappen op geestelijke grondslag– andere dan kerkgenootschappen – die rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn, voor het gezamenlijk beleven van en zich bezinnen op de aan die genootschappen ten grondslag liggende levensovertuiging;
2.
gebouwde onroerende zaken, welke in hoofdzaak worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente.
Artikel 12
Vrijstellingen
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2016