In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
twee maanden later.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, zolang de
verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
van de betaalrekening van de belastingplichtigen kunnen worden
afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in zes gelijke
termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van
het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
later.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
en tweede lid gesteld termijnen.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2016