Dit reglement treedt voor de duur van drie jaar in werking op [datum inwerkingtreding].
Uiterlijk een jaar na de inwerkingtreding van dit reglement evalueren de partners de werking van dit reglement. Zo nodig brengen zij op basis van deze evaluatie, conform de bepalingen van lid 3 wijzigingen aan in dit reglement.
Dit reglement kan worden gewijzigd of ingetrokken door een gezamenlijk besluit van de partners.
Toetreding door gemeenten die bij de inwerkingtreding van het reglement geschiedt door een toetredingsverklaring zoals opgenomen in bijlage II
Dit reglement kan worden aangehaald als Privacyreglement Gemeentelijk Casusoverleg Radicalisering Regio Midden-Nederland.
Bijlage I
Gemeentelijk casusoverleg Radicalisering Midden-Nederland
1.1. Inleiding
Radicalisering is zorgelijk, zeker als dit uitmondt in jongeren en volwassenen (soms met (kleine) kinderen) die uitreizen en deel willen nemen aan een gewelddadige strijd. Zij gaan weg als relatieve ‘amateurs’ maar kunnen terugkeren als ‘professionals’. Ondanks het geringe aantal van uitreizigers en terugkeerders in MN vormen zij vanwege hun verheerlijking, rechtvaardiging en nastreving van terroristisch geweld een dreiging voor de veiligheid in Midden-Nederland.
Vanuit gemeenten, politie en OM is er behoefte om in spoedeisende en minder spoedeisende gevallen af te stemmen waar het gaat om personen die mogelijk radicaliseren, dreigen uit te reizen, uitgereisd zijn of teruggekeerd zijn van een gewelddadige strijd, en/of het bieden van hulp en ondersteuning aan achterblijvers.
Het casusoverleg dat voor deze afstemming noodzakelijk is, maakt onderdeel uit van de verschillende casusoverleggen die in Midden Nederland bekend zijn binnen de Persoonsgerichte Aanpak.
In de voorliggende notitie wordt uiteengezet op welke manier het gemeentelijk casusoverleg Radicalisering in Midden-Nederland wordt vormgegeven. De in deze notitie beschreven werkvorm is laagdrempelig en sluit aan bij bestaande reguliere lokale contacten tussen politie, gemeente en OM. Met het hierbij behorende privacyreglement maken we informatiedeling tussen deze partijen mogelijk, waarmee we de lokale aanpak van radicalisering faciliteren.
1.2 Opzet van het casusoverleg
De nationale aanpak van terrorismebestrijding van de NCTV als het gaat om uitreizigers en terugkeerders laat zich samenvatten in de zogeheten 5 V’s:
Volgen;
Verwijderen;
Vervolgen / vastzetten;
Verstoren;
Veranderen.
Verantwoordelijkheid van het lokale domein in het kader van deze nationale aanpak kan worden samengevat in verstoren/tegenhouden, veranderen/de-radicaliseren en volgen /monitoren. De lokale veiligheidspartners gemeente, Openbaar Ministerie en politie zijn hiermee primair belast. Het uitvoeren van deze taken is alleen mogelijk als er informatie over signalen en personen wordt uitgewisseld. Het gaat hier om buitengewoon privacygevoelige informatie. Daarom is het noodzakelijk om duidelijke afspraken te maken over de wijze waarop er met deze gevoelige informatie wordt omgegaan door de partners.
De informatie-uitwisseling vindt plaats in een (digitaal, telefonisch of fysiek) lokaal casusoverleg radicalisering.
1.3 Doel van het casusoverleg
In kaart brengen van signalen en risico’s in verband met radicalisering, uitreizen en terugkeer van inwoners en zicht krijgen op problematiek van achterblijvers;
De acties in gang zetten die de veiligheidsrisico’s in verband met radicalisering, uitreizen en terugkeer beperken en zo nodig de hulp in gang zetten voor achterblijvers (inclusief voorkomen van uitreizen en het volgen en monitoren van de subjecten en ontwikkelingen).
NB1: Kleine gemeenten kunnen er voor kiezen om hun casusoverleg intergemeentelijk in te richten.
NB2: Met casusoverleg wordt gedoeld op iedere vorm van overleg en informatie-uitwisseling tussen de deelnemers over (signalen van) radicalisering. Het kan gaan om een fysiek overleg maar ook om een digitale of telefonische informatieverstrekking of uitwisseling. Het kan hierbij gaan om spoedeisende casussen waarbij direct en snel gehandeld moet worden (bijv. in geval van concrete signalen van uitreizen) en/of om casussen/signalen met een minder spoedeisend karakter. (bijv. bij het signaleren van radicaal gedrag).
1.4 Deelnemers aan het overleg
Gemeentelijk ambtenaar openbare orde en veiligheid (oov) , basisteamchef politie* en beleidsmedewerker OM.
* NB: De verantwoordelijkheid voor politie deelname aan het casusoverleg ligt bij de basisteamchef. De feitelijke deelname moet nog worden bepaald. Van belang is dat dit geschiedt door een politievertegenwoordiger die met mandaat van- en namens de basisteamchef in het casusoverleg afspraken kan maken.
1.5 Bestuurlijke inbedding
De deelnemers aan het overleg voeren deze taken uit in opdracht van de lokale driehoek.
1.6 Werkwijze
Op initiatief en onder regie van de ambtenaar oov voeren de deelnemers overleg over signalen van radicalisering. Deze signalen kunnen worden ingebracht door de drie partijen: OM, politie en gemeente. Deze partijen verzamelen elk t.b.v. het overleg signalen en relevante en wettelijk deelbare informatie vanuit de eigen achterban (zoals bijv. van de AIVD) . De ambtenaar oov verzamelt t.b.v. het overleg signalen van gemeentelijke diensten, scholen, wijkteams e.d.
Op basis van de gezamenlijke analyse in het casusoverleg besluiten de deelnemers of en zo ja welke acties in gang gezet worden. Uitgangspunt hierbij is dat er blijvend in gezamenlijkheid wordt opgetrokken, waarbij iedere deelnemer zelf verantwoordelijk is voor het in gang zetten van de afgesproken ‘eigen’ acties. De ambtenaar oov bewaakt in zijn rol als regievoerder de voortgang van de gemaakte integrale afspraken.
NB I: Zo nodig kan het casusoverleg advies vragen of informatie opvragen bij de NCTV, die gemeenten met specifieke kennis en kunde kan ondersteunen.
NB II: In voorkomende gevallen kan informatie worden gedeeld (v.v.) met de Raad voor de Kinderbescherming en de Reclassering, die in voorkomende gevallen ook kunnen deelnemen aan het casusoverleg;
NB III: Zo nodig (bij spoedeisende en/of casussen met een grote maatschappelijke/politieke gevoeligheid) schaalt het casusoverleg op naar de lokale driehoek.
Om langs elkaar heen werken te voorkomen en tot een goede afstemming te komen, onderzoekt de ambtenaar oov bij eerste gelegenheid (liefst voorafgaand aan het casusoverleg, maar de urgentie van de zaak kan hier parten spelen) of de personen die worden ingebracht in het casusoverleg al op een andere manier in een PersoonsGerichte Aanpak (PGA) zijn opgenomen, zoals bijv. een Top X aanpak in het Veiligheidshuis of een (persoonsgerichte) aanpak op lokaal niveau. Ook wordt door de politie gecontroleerd of de betreffende persoon al in behandeling is bij een gespecialiseerde afdeling binnen de eigen organisatie, zoals de DRR. Indien dit het geval blijkt, worden de in het casusoverleg vastgestelde acties afgestemd met het Veiligheidshuis c.q. de lokale aanpak. In voorkomende gevallen kan het ook wenselijk blijken de casus op te nemen in de reguliere voorzieningen die voor casusoverleggen zijn getroffen.
Indien er aanwijzingen zijn dat ook een andere gemeente moet worden betrokken bij de signalering of de in gang te zetten acties (bijvoorbeeld als een jongere in een andere gemeente een opleiding volgt, of als het sociale netwerk van een inwoner zich vooral in een andere gemeente bevindt), kan het casusoverleg contact zoeken met de ambtelijke driehoek van de andere gemeente.
1.7 Registratie ten behoeve van het casusoverleg
Het casusoverleg maakt voor de uitvoering van zijn taken gebruik van een beperkt registratiesysteem (bijvoorbeeld een Excel bestand) waarin worden opgenomen: persoonsgegevens van de betrokkene, beknopte omschrijving van de signalen, de analyse van het casusoverleg en eventueel de duiding van experts, en of en zo ja welke acties naar aanleiding van de signalen en de analyse worden uitgezet. In het privacyreglement wordt vastgelegd dat de gemeente de beheerder is van dit bestand en dat deze de verantwoordelijke is in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Uit het bestand van het casusoverleg kunnen geanonimiseerde gegevens worden verstrekt ten behoeve van regionaal en landelijk beleid op het gebied van radicalisering.
1.8 Inhoud privacyregeling gemeentelijk casusoverleg radicalisering
De privacyregeling casusoverleg radicalisering regelt:
de gegevensuitwisseling tussen de ambtelijke driehoek in verband met de aanpak van radicalisering;
de check bij het Veiligheidshuis;
het overleg met een andere gemeente;
de mogelijkheid om in voorkomende gevallen informatie en /of deelname van de Raad van de Kinderbescherming en de Reclassering te betrekken bij het casusoverleg t.b.v. de lokale aanpak;
de mogelijkheid om in voorkomende gevallen de kennis en kunde van de NCTV binnen dit dossier te betrekken bij de casussen;
de mogelijkheid om - in geval het door het aantal en/of complexiteit van de signalen niet mogelijk is om zelf de taken van het casusoverleg op een verantwoorde wijze uit te oefenen - taken uit te voeren gezamenlijk met omliggende gemeenten of samen met een grote gemeente in de regio.
De wijze waarop de ambtenaar oov signalen van gemeentelijke diensten, van scholen en van andere instanties ontvangt, wordt in deze regeling niet geregeld omdat de wijze waarop dit gebeurt lokaal sterk verschilt. Verstrekking van gegevens aan de ambtenaar oov door die partijen vindt plaats op basis van eigen wettelijke kaders. Geadviseerd wordt om geen brede overleggen in te richten maar korte lijnen te regelen met de ambtenaar oov die signalen in kan brengen in het casusoverleg en ook voor een terugkoppeling kan zorgen.
1.9 Vormgeving privacyregeling
Er is een reglement ontwikkeld dat wordt vastgesteld door OM, Politie, Raad van de Kinderbescherming, de Reclassering en de gemeenten in de regio die nu een casusoverleg zoals hierboven beschreven willen inrichten. Gemeenten die na de vaststelling van de regeling behoefte hebben aan een dergelijk casusoverleg, kunnen via een toetredingsverklaring toetreden tot het reglement. Dit betekent dat zij zich bij de inrichting van het casusoverleg en bij de wijze waarop wordt omgegaan met persoonsgegevens binden aan de regels van het reglement.
1.10 Toelichting
Redenen voor de keuze voor een casusoverleg van de ambtelijke ‘driehoek’:
Regie blijft lokaal, daar is ook de kennis van het lokale netwerk en de lokale problematiek;
Het overleg sluit aan bij bestaande overlegstructuren tussen gemeente, OM en politie;
De leden van het overleg hebben korte lijnen met het ‘eigen’ lokale driehoekslid;
Het overleg is, door de beperkte omvang, in staat om snel in te spelen op nieuwe signalen;
Gemeenten bepalen zelf hoe de ambtenaar oov wordt geïnformeerd over de signalen van gemeentelijke diensten, scholen en wijkteams;
Geen casus is gelijk, iedere casus vraagt een andere aanpak met andere partners;
Het betreft gevoelige informatie waarvan je niet moet willen dat deze in een breed gezelschap gedeeld wordt.
NB: Politie en OM hebben aangegeven dat de logistieke haalbaarheid van de inzet van politie en OM in het overleg o.a. afhankelijk is van de vraag of het overleg ad hoc wordt georganiseerd (naar aanleiding van acute signalen waarop snel handelen nodig is) of structureel van aard is (bijvoorbeeld wekelijks of maandelijks). Ook de schaalgrootte van het overleg speelt een rol in de logistieke haalbaarheid.
1.11 Doorontwikkeling
Op basis van de ervaringen die werkende weg in dit dossier worden opgedaan, zal de werkvorm doorontwikkeld worden waarbij met de kennis van nu, aansluiting bij bestaande structuren op termijn de voorkeur geniet. Het bundelen en inzetten van de specifieke deskundigheid binnen dit thema is hierbij een belangrijke factor.
Bijlage II
Toetredingsverklaring
Gemeente Dronten
Voor deze overeenkomstig rechtsgeldig vertegenwoordigd door A.B.L. de Jonge
overwegende
dat:
het college van B&W van Dronten het in verband met de taken die gemeente, politie en OM lokaal hebben op het terrein van de aanpak van radicalisering, noodzakelijk acht een casusoverleg Radicalisering in te richten met het doel signalen van radicalisering, uitreizen en terugkeer te verzamelen en te analyseren en op basis daarvan de noodzakelijke acties in gang te zetten;
aan dit gemeentelijk casusoverleg uitsluitend deelnemen vertegenwoordigers van gemeente, politie en OM;
de verwerking van persoonsgegevens in dit casusoverleg rechtmatig en zorgvuldig dient te geschieden;
het college van B&W van Drontenheeft kennis genomen van het Privacyreglement Casusoverleg Radicalisering Regio Midden Nederland en instemt met de bepalingen van dit reglement;
verklaart
dat
Drontenmet ingang van 8 september 2015als partner toetreedt tot het Privacyreglement Casusoverleg Radicalisering Regio Midden Nederland en alle bepalingen van dit reglement zal naleven, meer in het bijzonder de geheimhoudingsverplichting zoals omschreven in artikel 10 van het reglement.
Dronten,
20 oktober 2015
Artikel 16
Slotbepalingen
Onderdeel van Privacyreglement Gemeentelijk Casusoverleg Radicalisering Midden-Nederland