**1..** In de gevallen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, is het
marktgeld verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of,
zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
aanvangt is het naar jaartarieven geheven marktgeld verschuldigd
voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
rechten als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht,
nog volle kalendermaanden overblijven.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak door
intrekking van de vergunning eindigt, bestaat aanspraak op
ontheffing voor het naar jaartarieven geheven marktgeld voor zoveel
twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde marktgeld
als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog
volle kalendermaanden overblijven.
**4..** Indien de belastingplichtige aantoont dat hij ten gevolge van
overmacht gedurende een aaneengesloten periode van tenminste 4
opeenvolgende weken de ter beschikking gestelde plaats niet heeft
kunnen innemen en hij gedurende die periode de standplaats niet door
een ander heeft laten innemen, wordt op zijn schriftelijk met
redenen omkleed verzoek aan de in artikel 232, vierde lid, onderdeel
a van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar ontheffing verleend
voor een kalendermaand over elke volle 4 opeenvolgende weken waarin
van de vaste plaats geen gebruik kan worden gemaakt.
**5..** In de gevallen, anders dan die bedoeld in artikel 5, lid 1, is het
marktgeld verschuldigd bij aanvang van het gebruik van de
marktplaats.
Artikel 7
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2016