Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Toestemming voor bepaalde handelingen

Onderdeel van Subsidieverordening Jeugdhulp

1.. De subsidieontvanger heeft voorafgaande schriftelijke toestemming nodig van het college voor: het oprichten van, dan wel deelnemen in, een rechtspersoon; het wijzigen van de statuten; het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling, met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt; het ontbinden van de rechtspersoon; het doen van aangifte tot faillissement of aanvragen van zijn surseance van betaling. 2.. Het college kan voorschriften aan de toestemming verbinden. 3.. Het college beslist binnen vier weken over de te verlenen toestemming. 4.. De beslissingstermijn kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verlengd. 5.. Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de toestemming geacht te zijn verleend.

Rechtspraak bij dit artikel