Beleidsregel 2.4.1 dagbesteding:
Dagbesteding wordt slechts verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen.
Wet- en regelgeving: Wmo Artikel 1.1.1, Verordening artikel 7 en Besluit artikel 4
Dagbesteding is net als ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren bedoeld voor cliënten met matige of zware beperkingen op het terrein van:
sociale redzaamheid;
maatschappelijke participatie;
psychosociaal functioneren;
psychosociaal welbevinden, en/of;
mentaal functioneren.
In bijlage 2 is een toelichting te vinden over deze terreinen.
Beleidsregel 2.4.2 dagbesteding versus ondersteuning bij het sociaal en persoonlijke functioneren:
Uit oogpunt van goedkoopst adequaat is dagbesteding voorliggend op individuele ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren als hetzelfde doel wordt beoogd.
Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7
Wanneer de noodzaak tot ondersteuning gericht is op het daadwerkelijk bieden van dagstructuur is dagbesteding de aangewezen vorm en niet individuele ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren. Echter, wanneer er behoefte is aan het bijvoorbeeld één of meerdere keren per week bieden van ondersteuning bij het doornemen van de dag- of weekstructuur en het niet gaat om het daadwerkelijk bieden van die dagstructuur, dan is de maatwerkondersteuning sociaal en persoonlijk functioneren aangewezen.
Bij respijtzorg geldt zeker het uitgangspunt dat dagbesteding voorliggend is, waarbij niet alleen het kostenaspect relevant is, want dagbesteding biedt meer ontlasting voor de mantelzorger.
Ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren kan ook naast dagbesteding worden toegekend. De mate van ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren wordt dan wel naar evenredigheid van het aantal dagdelen dagbesteding verlaagd.
Uitzondering:
medische contra-indicaties voor dagbesteding, zoals infectiegevaar of ernstige energetische beperkingen.
Beleidsregel 2.4.3 categorieën dagbesteding:
Uit oogpunt van goedkoopst adequaat wordt de laagste, voor de cliënt nog geschikte, categorie dagbesteding toegekend.
Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 7
Bij dagbesteding bestaan drie categorieën:
categorie licht;
categorie midden;
categorie zwaar.
De categorie bij dagbesteding wordt bepaald op basis van de hoeveelheid hulp die een cliënt nodig heeft bij de persoonlijke verzorging (PV) tijdens de dagbesteding en de mate en intensiteit van begeleiding waar een cliënt, bijvoorbeeld vanwege gedragsproblemen, behoefte aan heeft tijdens de dagbesteding. Op basis van onderstaande tabel wordt de categorie van de dagbesteding bepaald:
Begeleiding:
Geen of licht
Matig
Zwaar
PV
Geen of licht
Categorie licht
Categorie midden
Categorie zwaar
Matig
Categorie midden
Categorie midden
Categorie zwaar
Zwaar
Categorie zwaar
Categorie zwaar
Categorie zwaar
Beleidsregel 2.4.4 omvang dagbesteding:
Bij dagbesteding geldt als uitgangspunt dat het voor de cliënt, of bij respijtzorg het voor de overbelaste mantelzorger van de cliënt, noodzakelijke aantal dagdelen per week kan worden toegekend tot een maximum van 9 dagdelen per week.
Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 en Besluit artikel 4
Beleidsregel 2.4.5 (rolstoel)vervoer dagbesteding:
(Rolstoel)vervoer van en naar de dagbesteding wordt verstrekt indien de cliënt niet in staat is om de dagbesteding zelfstandig te bereiken met regulier openbaar vervoer, algemene vervoersinitiatieven, collectief vervoer, lopend, per fiets of met een Wmo-hulpmiddel en huisgenoten, mantelzorg of personen uit het sociale netwerk niet in staat zijn om de cliënt te begeleiden danwel te brengen en te halen.
Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.2.1, artikel 2.3.2 lid 4 sub b, c en d, artikel 2.3.5 lid 3 en lid 5 en Verordening artikel 7
Er geldt bij de keuze van de locatie voor dagbesteding dat deze zo dicht mogelijk bij huis wordt gezocht.
Dagbesteding wordt niet automatisch verstrekt inclusief vervoer. Alleen wanneer het voor de cliënt noodzakelijk is, wordt (rolstoel)vervoer toegekend. Bij de afweging of huisgenoten, mantelzorg of personen uit het sociale netwerk het vervoer voor de cliënt kunnen verzorgen of de cliënt kunnen begeleiden, wordt rekening gehouden met de frequentie van de dagbesteding.