De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het
begin van het heffingstijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak aanvangt, is de
belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel
twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar,
na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak eindigt, bestaat
aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
verschuldigde belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel als er in dat
jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige
binnen de gemeente verhuist en daar een ander perceel in gebruik neemt.
De belasting bedoeld in hoofdstukken 1.2, 1.3 en 1.4 is verschuldigd bij aanvang
van de dienstverlening.
Indien het perceel na het begin van het heffingstijdvak niet langer door meer dan
één persoon wordt gebruikt, wordt ambtshalve vermindering verleend voor zoveel
twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar
na de wijziging van het aantal personen nog volle kalendermaanden overblijven.
Ontheffingen van € 16,75 of lager worden niet verleend.
Hoofdstuk II
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Opsterland 2016