**1..** De belasting als bedoeld in artikel 4, eerste lid, letter a is
verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is,
bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht als bedoeld in het eerste lid van dit artikel,
in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd
voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog
volle kalendermaanden overblijven.
**3..** Indien de belastingplicht, als bedoeld in het eerste lid van dit
artikel, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op
ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**4..** Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander
perceel gebruik maakt.
**5..** De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 2, letter b, is verschuldigd
bij de aanvang van de dienstverlening.
**6..** Voor de bij wege van aanslag geheven belasting geldt dat
belastingbedragen van minder dan € 10,00 niet worden geheven. Voor de
toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één
belastingbedrag.
Artikel 7
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2016