Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Termijnen van betaling

Onderdeel van VERORDENING PARKEERBELASTINGEN HELMOND 2016

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of een speciaal daartoe verstrekte pas inloggen op een centrale computer. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel