Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 1

Artikel 4:3

Kennisgeving incidentele festiviteiten

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2016 (APV)

1.. Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 2.. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden bij een gelegenheid voor sportbeoefening in de buitenlucht waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3.. In afwijking van het eerste en tweede lid is het een inrichting gelegen in het gebied ten oosten van de Heemsteedse Dreef (met uitzondering van de Jan van Goyenstraat), de Cruquiusweg, de Javalaan en het gebied ten oosten en zuiden van de Sportparklaan toegestaan maximaal 8 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden. 4.. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. 5.. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 6.. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 7.. Het college kan, rekening houdend met het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting en de aard van de incidentele festiviteit, voorwaarden stellen ter beperking van overlast. 8.. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 50 dB(A) (1 minuut LAeq), gemeten in geluidsgevoelige vertrekken van geluidsgevoelige gebouwen. 9.. De geluidswaarde als bedoeld in het achtste lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 10.. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek, dat wil zeggen muziek hoger dan de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening: op maandag tot en met donderdag en op zondag uiterlijk om 23.00 uur te worden beëindigd; en op vrijdag en zaterdag of op dagen waarna een algemeen erkende feestdag volgt uiterlijk om 24.00 te worden beëindigd. 11.. In het geval van incidentele festiviteiten met een nationaal karakter kan het college afwijken van het gestelde in het tiende lid. 12.. Omwonenden dienen uiterlijk 3 werkdagen voorafgaand aan de incidentele festiviteit schriftelijk door de aanvrager van de incidentele festiviteit op de hoogte te worden gebracht. 13.. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid in het bebouwde gedeelte van de inrichting blijven ramen en deuren gesloten, behoudens het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel