**1..** Het is verboden zonder voorafgaande vergunning
(objectvergunning) van het bevoegde bestuursorgaan een weg en/of
openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de
publieke functie daarvan.
**2..** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
regeling een vergunning voor het gebruik van de weg
en/of openbare plaats is verleend.
**3..** Het verbod in het eerste lid geldt tevens niet voor de volgende
voorwerpen mits wordt voldaan aan het bepaalde in de nadere
regels uit hoofde van het vierde lid:
terrassen als bedoeld in artikel 2:27 eerste lid onder
b;
uitstallingen;
bouwobjecten;
reclameborden;
plantenbakken en banken;
nader door het college aan te wijzen categorieën van
voorwerpen.
**4..** Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
en leefomgeving nadereregels stellen ten aanzien van de
categorieën van voorwerpen als bedoeld in het derde lid.
**5..** Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
**6..** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Verordening wegen
Noord-Brabant 2010.
**7..** Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf
4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg/openbare plaats
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2016