**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt een
exploitatievergunning of verleende vrijstelling
ingetrokken indien:
de vergunning/vrijstelling is verleend op grond van door
de exploitant verstrekte onjuiste of onvolledige
informatie en een ander besluit op de aanvraag zou zijn
genomen indien bij het nemen daarvan de juiste
omstandigheden volledig bekend waren geweest;
een leidinggevende niet langer voldoet aan de eisen,
zoals die zijn vermeld in artikel 2:28 tweede lid;
zich in of in de nabijheid van de horeca-inrichting
feiten hebben voorgedaan, die – naar het oordeel van de
burgemeester – de vrees wettigen, dat het van kracht
blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de
openbare orde, de veiligheid, de volksgezondheid, het
woon- en leefklimaat of de zedelijkheid;
indien voor de exploitatie van een horeca-inrichting
tevens een vergunning op basis van de Drank- en
Horecawet is vereist en deze vergunning is
ingetrokken.
**2..** Een exploitatievergunning of vrijstelling kan worden
ingetrokken:
indien is of wordt gehandeld in strijd met de verleende
vergunning en/of de daaraan verbonden
voorschriften;
niet langer wordt voldaan aan de eisen die bij of
krachtens deze verordening zijn bepaald;
de intrekking van de vergunning op grond van het eerste
lid, onder b, kan eerst geschieden een maand nadat van
het voornemen daartoe aan de vergunninghouder
schriftelijk mededeling is gedaan tenzij de
vergunninghouder zelf niet langer voldoet aan de eisen
zoals gesteld in artikel 2:28 tweede lid;
in een horeca-inrichting de functie van leidinggevende
wordt uitgeoefend door een persoon, die niet op de
vergunning met betrekking tot dat bedrijf als zodanig is
vermeld;
op verzoek van de exploitant.
**3..** Ten aanzien van horeca-inrichtingen waarvan de
exploitatievergunningen ingevolge het eerste lid onder c van dit
artikel wordt ingetrokken kan tevens worden bepaald dat een
exploitatievergunning voor de desbetreffende locatie gedurende
een bepaalde termijn van maximaal vijf jaar zal worden
geweigerd.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 8.
Artikel 2.28a
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2016