De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
dan wel artikel 6.12 van het Besluit en artikel 4:5 van deze
verordening gelden niet voor door het college per
kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel
3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het
college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
dagdelen.
In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid,
kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in
een of meer delen van de gemeente.
Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor
het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.
Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
eerste lid aanwijzen.
Tijdens het van toepassing zijn van een collectieve
festiviteit, mag het geluidsniveau, veroorzaakt door de
inrichting, niet meer bedragen dan de waarde, die is
opgenomen in onderstaande tabel.
Dagperiode
(7.00-19.00 uur)
Avondperiode
(19.00-23.00 uur)
Nachtperiode
(23.00-7.00 uur)
LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen
68 dB(A)
63 dB(A)
58 dB(A)
LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
gebouwen
53 dB(A)
48 dB(A)
43 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
78 dB(A)
73 dB(A)
68 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige
gebouwen
63 dB(A)
58 dB(A)
53 dB(A)
De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
buiten beschouwing gelaten.
Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten
gehore brengen van extra muziek -hoger dan de geluidsnorm
als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 danwel
artikel 6.12 van het Besluit en artikel 4:5 van deze
verordening- uiterlijk op de voor de horecainrichting
geldende sluitingstijd als bedoeld in de artikelen 2:29 en
2:30 van deze verordening te worden beëindigd.