Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
‘dag’: periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van
een dag als
een hele dag wordt aangemerkt;
‘week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen;
‘maand’: het tijdvak dat loopt van n ͤ dag in een kalendermaand tot
en met de (n-1) ͤ dag in de volgende kalendermaand;
‘jaar’: het tijdvak dat loopt van de n ͤ dag in een kalenderjaar tot
en met de (n-1) ͤ dag in het volgende kalenderjaar;
‘kalenderjaar’: de periode van 1 januari tot en met 31
december;
‘half kalenderjaar’: de periode van 1 januari tot en met 30 juni of
de periode van 1 juli tot en met 31 december;
markt: de warenmarkt die plaatsvindt op de, bij of krachtens artikel
2 van de marktverordening vastgestelde dag, tijd en plaats;
marktterrein: de gehele openbare of voor publiek toegankelijke
oppervlakte grond die bij van de Marktverordening is aangewezen voor
de uitoefening van de markthandel.