Naar hoofdinhoud

Artikel V

Algemene voorwaarden parkeervergunning

Onderdeel van Uitgiftebesluit Parkeervergunningen 2016

1.. Vergunningen zijn niet overdraagbaar. 2.. De parkeervergunning mag uitsluitend worden gebruikt voor het parkeren op parkeerautomatenplaatsen en/of belanghebbendenplaatsen gelegen in het aangeduide gebied. 3.. Het te parkeren motorvoertuig moet in een zodanige staat van onderhoud verkeren, dat er mee mag worden gereden. 4.. De houder van de vergunning dient alle door een ambtenaar van de parkeerpolitie tegeven aanwijzingen stipt en onmiddellijk op te volgen. 5.. De krasvergunning mag alleen volgens de gebruiksaanwijzing op de achterkant worden gewijzigd. 6.. De gemeente aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade aan het geparkeerde motorvoertuig van de vergunninghouder of aan geparkeerde motorvoertuigen van anderen. 7.. De vergunninghouder kan aan de aan hem verleende vergunning geen recht op een parkeerplaats ontlenen. 8.. Restitutie van parkeergeld als bedoeld in Artikel 7 lid 3 van de Verordening Parkeerbelastingen kan slechts worden verleend bij tussentijdse beëindiging van de parkeervergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel