**1..** Het college relateert de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a van de wet aan de mate van verwijtbaarheid.
**2..** De hoogte van de boete als volgt vastgesteld: - 100% van het benadelingsbedrag als sprake is van opzet; - 75% van het benadelingsbedrag bij grove schuld; - 50% van het benadelingsbedrag als er geen sprake is van opzet of grove schuld; - 25% van het benadelingsbedrag als er anderszins sprake is van verminderde verwijtbaarheid.
**3..** De minimale boete wordt aan de hand van de in het tweede lid genoemde percentages vastgesteld op:
€ 150,00 als er sprake is van opzet;
€ 110,00 bij grove schuld;
€ 75,00 als geen sprake is van opzet of grove schuld;
€ 40,00 als er anderszins sprake is van verminderde verwijtbaarheid.
**4..** Het college stelt de boete niet hoger vast dan de maximale geldboete die de rechter op grond van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht kan opleggen.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.2
– Bestuurlijke boete
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2015-2