Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7

Artikel 20

De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van de raden

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING GEMEENTELIJKE GEZONDHEIDSDIENST GELDERLAND-ZUID

1.. Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan de raad die hij vertegenwoordigt, met inachtneming van artikel 16 van de wet alle inlichtingen, die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. 2.. Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad die hij vertegenwoordigt, met inachtneming van artikel 16 van de wet, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. 3.. Een lid van het algemeen bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 10 van deze regeling, door de raad die hem heeft aangewezen worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van die raad niet meer bezit.

Rechtspraak bij dit artikel