Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 13

Artikel 31

Begrotingsprocedure

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING GEMEENTELIJKE GEZONDHEIDSDIENST GELDERLAND-ZUID

1.. Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 april een ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.. Het dagelijks bestuur houdt bij het opstellen van de ontwerpbegroting rekening met begrotingsrichtlijnen. 3.. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede lid en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 4.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5.. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen. 6.. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 7.. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli aan Gedeputeerde Staten. 8.. Het bepaalde in dit artikel is, met uitzondering van de genoemde termijnen, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Bij begrotingswijzigingen is het echter niet noodzakelijk om aan de raden van de deelnemende gemeenten naar hun zienswijze te vragen, indien een begrotingswijziging niet leidt tot wijzigingen van het saldo van baten en lasten per programma of tot gevolgen voor de hoogte van de individuele gemeentelijke bijdragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel