Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING 2016

1.. De belastingen bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2a.. Indien de belastingplicht, als bedoeld in het eerste lid, in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de belastingen – als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de Tarieventabel – verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 2b.. Indien de belastingplicht aanvangt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand. 3a.. Indien de belastingplicht, als bedoeld in het eerste lid, in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting – als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de Tarieventabel – voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3b.. Indien de belastingplicht eindigt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand. 4.. Het tweede en derde lid (a en b) zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5.. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 en in hoofdstuk 1.3 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Rechtspraak bij dit artikel