**1..** Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerp begroting op met
toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste
drie op het begrotingsjaar volgende jaren.
**2..** Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting en de
meerjarenraming voor 1 april van het jaar en in ieder geval twee
maanden voordat zij aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt
aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten.
**3..** De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twee maanden na
toezending van de ontwerp begroting en meerjarenraming het dagelijks
bestuur van hun gevoelen ter zake doen blijken.
**4..** Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting en meerjarenraming
vier weken voor de voorgenomen datum van vaststelling toe aan het
algemeen bestuur. De gevoelens van de raden van de deelnemende
gemeenten alsmede eventueel de nota van wijzigingen worden uiterlijk
twee weken voor de vaststelling toegezonden aan het algemeen bestuur
en gelijktijdig aan de raden van de deelnemende gemeenten
toegezonden.
**5..** De ontwerp begroting en meerjarenraming alsmede de eventuele nota
van wijzigingen worden ter inzage gelegd op de wijze als bedoeld in
artikel 35, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke
regelingen alsook bij de vestigingen van WNO-bedrijven
en tegen betaling algemeen verkrijgbaar gesteld.
**6..** Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast
voor 1 juli van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor zij moeten
dienen.
**7..** Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting
en de meerjarenraming aan de raden van de deelnemende gemeenten, die
ter zake Gedeputeerde Staten van hun gevoelen kunnen doen
blijken.
**8..** Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming
binnen 2 weken na vaststelling, doch uiterlijk 15 juli voor het jaar
waarvoor zij dienen, aan Gedeputeerde Staten.
**9..** Met betrekking tot begrotingswijzigingen is het bepaalde in de
voorgaande leden van dit artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige
toepassing.