**1..** De raden van de deelnemende gemeenten beslissen in de eerste
vergadering van elke zittingsperiode van de gemeenteraden over de
aanwijzingen van de nieuwe leden en plaatsvervangend leden van het
algemeen bestuur. Aftredende leden en plaatsvervangend leden kunnen
opnieuw worden aangewezen.
**2..** Totdat de raden van de deelnemende gemeenten in hun opvolging hebben
voorzien, blijven de aangewezen leden en plaatsvervangend leden, die
hadden moeten aftreden, voor zover zij aan de vereisten voor het
lidmaatschap en plaatsvervangend lidmaatschap van het algemeen
bestuur als bedoeld in artikel 7 eerste lid voldoen, als zodanig
fungeren.
**3..** De raad van een deelnemende gemeente kan een lid of plaatsvervangend
lid van het algemeen bestuur door hem aangewezen, indien dit het
vertrouwen van deze raad niet meer bezit, te allen tijde ontslaan.
Hiervan wordt onmiddellijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
**4..** Indien tussentijds een plaats van lid of plaatsvervangend lid van
het algemeen bestuur beschikbaar komt, wijst de betreffende raad in
zijn eerstvolgende vergadering of, zo dit niet mogelijk mocht zijn,
ten spoedigste een nieuw lid of plaatsvervangend lid aan.
**5..** In het geval, dat het gaat om een tussentijdse ontslagname, stelt
het lid of het plaatsvervangend lid de voorzitter van het algemeen
bestuur en de desbetreffende raad hiervan op de hoogte. De
tussentijdse ontslagname is onherroepelijk. De leden en
plaatsvervangend leden, die tussentijds ontslag hebben genomen,
behouden hun lidmaatschap en plaatsvervangend lidmaatschap - voor
zover zij aan de vereisten daarvoor als bedoeld in artikel 7, eerste
lid blijven voldoen - totdat onherroepelijk in hun opvolging is
voorzien.
**6..** Elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid van het algemeen
bestuur delen de deelnemende gemeenten binnen 8 dagen na de datum
van aanwijzing schriftelijk mede aan de voorzitter van het algemeen
bestuur.