In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de vaststelling door het college van een passende inburgeringvoorziening of taalkennisvoorziening , met in begrip van de totstandkoming en samenstelling van de inburgeringvoorziening of taalkennisvoorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI en artikel 24a W).
In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht heeft voor iedere inburgeraar die daarvoor in aanmerking komt of wil komen, een op de persoon toegesneden inburgeringvoorziening samen te stellen.
In het eerste lid wordt aangegeven welke doelstellingen door het college in acht moeten worden genomen bij de samenstelling van de inburgeringvoorziening. In het tweede lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende inburgeringvoorziening moet vaststellen.
Bij het bepalen van de passendheid van een inburgeringvoorziening, kunnen de volgende factoren een rol spelen:
de kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit;
de maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht aan het verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden van kinderen;
de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de inburgeringsplichtige moet vervullen.
De samenstelling van de inburgeringvoorziening voor geestelijke bedienaren wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de mogelijkheid om de inburgeringvoorziening die zij aan geestelijke bedienaren aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven.
In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen of uitkeringsgerechtigde vrijwillige inburgeraars die een voorziening gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren de inburgeringvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is wel dat een aanbod voor een inburgeringvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde niet wordt gedaan, indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert.
De Wet inburgering bepaalt dat de inburgeringvoorziening gecombineerd moet worden met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling (reïntegratievoorziening) als een inburgeringvoorziening wordt aangeboden aan een inburgeraar die bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van een andere sociale zekerheidswet of sociale zekerheidsregeling én die verplicht is om arbeid om arbeid te verkrijgen of te aanvaarden. Het college is verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde inburgeringvoorziening.
In de wet is geregeld, waaruit een inburgeringvoorziening in ieder geval moet bestaan: een cursus die toeleidt naar het inburgeringexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen (artikel 19, derde lid, WI, en artikel 24a WI).
Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- én nieuwkomers) maakt ook maatschappelijke begeleiding een verplicht onderdeel uit van de inburgeringvoorziening (artikel 19, zesde lid, WI). Trajectbegeleiding en het houden van voortgangsgesprekken zullen vooral van belang zijn bij inburgeringsplichtigen die geen inburgeringvoorziening krijgen aangeboden in combinatie met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Bij voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling vormen dergelijke faciliteiten reeds een vast onderdeel.
Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een beroepsopleiding.
Ten overvloede wordt gewezen op het feit dat het inburgeringexamen ook een praktijkgericht deel omvat, waarin de praktische (taal)vaardigheden worden getoetst. Het is vanzelfsprekend dat bij de samenstelling van de inburgeringvoorziening ook rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van deze vaardigheden. Daarbij zal de inzet van duale trajecten een belangrijke rol vervullen.
Indien in deze specifieke situatie geen reïntegratievoorziening wordt aangeboden, kan de gemeente derhalve geen inburgeringsvoorziening aanbieden. Het college is verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde inburgeringsvoorziening (artikel 20, tweede lid, WI). Het tweede lid van artikel 4 van de verordening draagt het college op om er voor te zorgen dat de inburgeringsvoorziening wordt afgestemd op de reïntegratievoorziening.
In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder geval moet bestaan: een cursus die toe leidt naar het inburgeringsexamen en het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen (artikel 19, derde lid, WI). Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- én nieuwkomers) maakt ook maatschappelijke begeleiding een verplicht onderdeel uit van de inburgeringsvoorziening (artikel 19, zesde lid, WI). Dit is voor de volledigheid opgenomen in het tweede lid van dit artikel.
De inburgeraar moet deelnemen aan het inburgeringsexamen of Staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II. Dit laatste examen geld met name als een goede mogelijkheid voor hoger opgeleide inburgeraars.
Het vierde lid regelt de mogelijkheid om een gemeentelijke inburgeringvoorziening aan te bieden in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget (PIB). Op verzoek kan voor de inburgeraar de inburgeringvoorziening, de taalkennisvoorziening worden vastgesteld in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget. Indien de inburgeraar in aanmerking komt voor een PIB gelden de volgende voorwaarden:
De inburgeraar beschikt over een groot sociaal netwerk dat ingeschakeld kan worden bij het vinden van het juiste inburgeringaanbod;
De inburgeraar heeft voor het bereiken van het inburgering- of staatsexamen genoeg aan een kort en snel traject;
De inburgeraar heeft hele specifieke wensen ten aanzien van de inburgeringvoorziening die niet past binnen het reguliere aanbod
Er wordt geen geld aan de inburgeraar zelf ter beschikking gesteld. De gemeente betaald op basis van facturen aan de organisatie die de inburgeraar inschakelt voor zijn traject;
Het PIB traject wordt ingekocht bij een instelling met een keurmerk;
Er wordt geen PIB verstrekt wanneer er een lening is of een persoonsvolgend budget via DUO of een ander inburgeringtraject;
Het PIB is gedurende een periode van maximaal 3 jaren beschikbaar;
De inburgeraar mag starten met het traject na beoordeling en goedkeuring keuring van de gemeente;
Het traject moet lieden tot het inburgeringsexamen of het staatexamen I of II c.q. geschikt zijn als een taalkennisvoorziening ondersteunend aan een MBO opleiding 1 of 2;
De beoogde einddatum van het traject kan niet buiten de wettelijke termijn vallen waarbinnen de inburgeringsplichtige aan zijn verplichtingen in het kader van de Wi moet voldoen.
Artikel 4
De samenstelling van de inburgeringsvoorziening
Onderdeel van Verordening Wet Inburgering Bloemendaal 2010