1 Indien de heffingsambtenaar kennis neemt van feiten, andere dan die, naar aanleiding waarvan hij
voornemens is ambtshalve vermindering of teruggaaf van belasting te verlenen, en die andere
feiten grond opleveren voor het vermoeden dat de belasting onjuist is berekend, houdt hij daarmee
bij de bepaling van de vermindering of teruggaaf rekening.
2.Voorts verleent de heffingsambtenaar in gevallen waarin ter zake van enig feit ten onrechte
belasting is geheven en waarin als gevolg van die heffing een andere belasting ter zake van
datzelfde feit niet is geheven en door het verstrijken van een termijn ook niet meer kan worden
geheven, slechts ambtshalve vermindering of teruggaaf van de eerstgenoemde belasting voor zover
het bedrag daarvan het bedrag van de laatstgenoemde belasting te boven gaat.