**1..** Tot de doelgroep behoren de personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet.
**2..** Tot de doelgroep behoren de personen met een uitkering op grond van de wet, IOAW of IOAZ, die verplicht zijn om alles in het werk te stellen om de uitkeringsafhankelijkheid op te heffen.
**3..** Tot de doelgroep behoren de niet-uitkeringsgerechtigde en de personen met een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, die ondersteuning krijgen op het moment dat zij er om vragen. Voorwaarden voor het aanbieden van een voorziening aan deze doelgroep zijn:
men dient werkloos te zijn en al langer dan drie maanden als werkzoekende ingeschreven te staan bij het UWV Werkbedrijf, én
belanghebbende moet, naar het oordeel van het college, binnen 12 maanden een reëel uit zicht op werk hebben, én
de belanghebbende moet per direct voor tenminste 24 uur per week beschikbaar zijn voor werk, én
de aanvraag is niet gericht op positieverbetering, én
wanneer de voorziening eerder binnen 60 maanden verwijtbaar voortijdig is beëindigd komt belanghebbende niet in aanmerking voor een voorziening, én
het inkomen van de aanvrager en eventuele partner tezamen mag niet hoger zijn dan 110% van de geldende bijstandsnorm, én
het vermogen van de aanvrager en eventuele partner tezamen mag niet hoger zijn dan de in artikel 34 van de wet genoemde vrij te laten vermogensbedragen.
**4..** Tot de doelgroep behoren de personen, die zich voor een uitkering ingevolge de wet, de IOAW of IOAZ heeft gemeld maar waarbij het uiteindelijk niet tot een aanvraag om bijstand komt of waarbij de aanvraag om bijstand wordt afgewezen.
**5..** De personen, die een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontvangen, kunnen naar het oordeel van het college aanspraak maken op middelen uit het Participatiebudget als:
de resterende uitkering ingevolge de Werkloosheidswet 3 maanden of korter bedraagt, en
de persoon op basis van een toets ingevolge de wet, IOAW of IOAZ naar alle waarschijnlijkheid op termijn in aanmerking komt voor een dergelijke uitkering.