Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder
vakantie-onderkomens:
bungalows, appartementen, woningen en andere verblijfsruimten,
niet-zijnde groepsverblijven, mobiele kampeeronderkomens of
stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor
vakantie- en andere recreatieve doeleinden, alsmede woningen welke
gedurende het belastingjaar minder dan 36 weken bewoond zijn door
personen die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens zijn ingeschreven;
hotels en pensions: gebouwen, woningen
en andere verblijven of gedeelten daarvan, niet zijnde
vakantie-onderkomens, in hoofdzaak bestemd voor, dan wel gebezigd
als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, waar
slaapplaatsen worden verhuurd dan wel te huur worden
aangeboden;
mobiele kampeeronderkomens: tenten,
vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens
dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd
worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve
doeleinden;
niet-beroepsmatig
verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven,
of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of
stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor
vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde
perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te
huur aangeboden;
vaste standplaats: een terrein of
terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een
jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of
stacaravan;
groepsverblijven: verblijfsruimten die
zijn ingericht voor het gezamenlijk overnachten voor recreatieve
doeleinden door groepen van 20 of meer personen.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2016